N.A.H., mijn verhaal

Op zaterdagochtend 21 november 2009 ging ik nietsvermoedend een rondje hardlopen.

Rivaro, die toen 2,5 jaar was, had ik mee in de kinderwagen zoals ik wel vaker deed. Het ging niet zo lekker, een beetje vermoeid dacht ik, maar ineens lag ik aan de andere kant van de weg in de modder, kinderwagen op z’n kant. Ik kreeg de kinderwagen niet overeind en zelf opstaan lukte ook niet. Al snel verzamelde zich mensen om mij heen. Ik schaamde me rot, daar lag ik dan in de modder langs weg, alle ogen op mij gericht, van steeds meer mensen. Rivaro hebben ze gelukkig snel overeind geholpen. Ik vroeg een helpende hand om op te staan, dan kon ik weer verder, maar een van de omstanders vertelde dat ik niet kon staan. Niet staan? Ik voelde me prima, weer staan en dan maar rustig naar huis, bijkomen en schone kleding aan. Ze hielpen me overeind, maar hij had gelijk. Mijn linker helft deed niets. Een stoel stond al klaar.

“Je mond hangt scheef, ik bel 112!” zei dezelfde omstander. Je mond hangt scheef?? “Dat kan niet, ik ben 26!”

Maar het kon wel, die omstander bleek een arts en zag (gelukkig) direct wat er aan de hand was. Eerst politie met loeiende sirenes, vervolgens een ambulance. De kracht in mijn linker lichaamshelft kwam langzaam terug dus ik kon zelf mijn man bellen om onze zoon op te halen en ik kon zelf in de ambu stappen. “Daar gaat mijn vrije weekend” grapte ik tegen de ambulancebroeder onderweg, niet wetende dat ik daarna nog genoeg vrije weekenden zou gaan hebben. Het ging onderweg weer fout. Aangekomen op de eerste hulp volgde een hoop onderzoeken en ging ik door de CT scan. De diagnose was duidelijk, er zat een bloedpropje vast in mijn hersenen. De behandeling, trombolyse, werd gestart en ik werd door de neuroloog gefeliciteerd met de goede afloop. Wat een opluchting. Net toen iedereen mijn kamer verliet om mij te laten rusten voelde ik zo het gevoel aan mijn linker kant weer wegzakken. Volledig gevoelloos, totaal geen kracht. Ik zag mijn leven in een flits aan me voorbij gaan. Ik kon met heel veel moeite overeind komen om op de bel te drukken.
De neuroloog besloot de trombolyse, ondanks het gevaar op inwendige bloedingen, nogmaals te starten. Dit was mijn redding.

Ik heb gevoeld hoe het is om halfzijdig verlamd te zijn, maar heb geluk gehad dat ik de juiste mensen op het juiste moment om mij heen had, waardoor ik er nog ben en de schade beperkt is gebleven. Ik ben ze hier eeuwig dankbaar voor.

 

N.A.H.

Maar ik heb dus wel een NAH. Niet Aangeboren Hersenletsel. Je ziet het niet aan mij, maar het is er wel. Vooral in mijn hoofd. Een stukje hersenen doet het niet meer en daardoor kosten veel dingen meer moeite. Daardoor ben ik altijd moe. Er is geen moment dat ik niet moe ben. De volgende afbeelding geeft dit mooi weer.

 

 

Werk

Mijn geliefde baan als hoofdconducteur moest ik opgeven en na een strijd van 4 jaar om nog te kunnen werken mocht ik helemaal stoppen. Ik ben volledig afgekeurd. Dat geeft rust, maar ook weer niet. Ik mis mijn werk, mijn collega’s en sociale contacten. Even over iets anders praten dan de kinderen. Even geen billen afvegen en 1000x keer “mama, mama, mama”. Maar het is zoals het is en het niet werken heeft, vooral met 4 kinderen, ook zijn voordelen natuurlijk. En daar probeer ik nu zoveel mogelijk van te genieten.

Geef een reactie