De eerste dag van mijn nieuwe ik
“Wat doe je tegenwoordig?”
Er is ook inmiddels alweer 4 jaar voorbij dat ik er door de NS werd uitgewerkt. Vier jaar heb ik, met alles wat ik had, geknokt om mijn werk weer te kunnen doen, maar het mocht niet zo zijn.
Drie jaar geleden werd ik uiteindelijk volledig afgekeurd. Dat was aan de ene kant een opluchting, maar aan de andere kant heel pijnlijk. In de jaren hierna had ik gehoopt dat dit rust zou geven, maar ik merk dat het nog steeds pijnlijk is. Steeds meer eigenlijk. Ik krijg nog regelmatig de vraag “He, hoe gaat het nu met je en wat doe je tegenwoordig?” Misschien zit het tussen mijn oren, maar ik merk dan regelmatig dat ik na mijn antwoord (ik werk niet meer, ik ben afgekeurd) een soort vragende blik terug krijg, want je ziet niets aan me en al weet ik dat het niet hoeft, ik voel dan altijd de drang om uitleg te geven, om te vertellen dat ik lang heb geknokt, maar dat het niet ging en dat ik dus niet voor mijn lol thuis zit en een uitkering krijg.
Jaloers
Mijn wereld is heel klein geworden sinds die 21 november 8 jaar terug. Ik mis het werken, ik mis het om de deur achter me dicht te trekken en even Yvonne te zijn en niet alleen maar Mama. Ik kan af en toe echt stikjaloers zijn als ik zie dat iemand een leuke carrieremove heeft gemaakt of een leuke dienst achter de rug heeft, foto’s van collega’s onder elkaar. Dat had ik ook allemaal nog mee moeten maken. Ook op sociaal gebied mis ik mijn werk enorm, aangezien ik als hoofdconducteur de hele dag in contact was met mensen. Maar ik mis niet alleen de sociale contacten die ik had door te werken. Vriendschappen zijn ook minder geworden. Op de eerste plaats, omdat ik gewoon simpelweg de energie mis om vriendschappen te onderhouden, om dingen te ondernemen. Uitgaan zit er al helemaal niet meer in, ik moet gewoon te lang bijkomen van alle prikkels. Ik vergeet vaak te bellen of te appen of stel het uit. Hierdoor zijn verschillende vriendschappen langzaam doodgebloed. Nieuwe vriendschappen durf ik hierdoor ook vaak niet aan te gaan en dat maakt dat ik best wel eens eenzaam ben.
Niet zielig
Ik heb lang nagedacht of ik deze blog wel of niet zou schrijven. Ik wil namelijk absoluut niet zielig gevonden worden, ik wil geen medelijden, maar misschien dat andere lotgenoten zich in mijn verhaal herkennen en zo weten dat ze niet de enige zijn. Dat rouwen om je oude ik erbij hoort.
En nu ga ik eerst een appeltaart in de oven zetten, want het is tijd om te vieren!
